Iets kan functioneel zijn of niet functioneel. De camera aanzetten nadat je een all time pr hebt gehit op de squat valt over het algemeen in de 2de categorie.

Verder kan je je afvragen of het functioneel is om een winter voorraad aan supplementen te kopen terwijl je trainingen bestaan uit 10 minuten cross trainen, band lopen of een combinatie daarvan.

Ook is het niet zo functioneel om het boek ‘melk de witte sloper’ te kopen. Dat is geldverspilling en geldverspilling is niet functioneel.

“func – tio` neel –> doelgericht, praktisch, toepasbaar, verantwoord”

Ook in de fitness branche wordt de term ‘functioneel trainen’ als een warm broodje over de toonbank gegooid. Meestal zijn dat de mensen die bang zijn om ‘groot’ te worden of ‘eruit te komen te zien als een bodybuilder’. Nee, na een paar keertjes krachttraining per week zie je er niet zomaar uit als de nieuwe mister olympia.

Het idee achter functioneel trainen is dat sommige oefeningen als functioneel worden bestempelt en andere niet. Zo wordt bijvoorbeeld een squat op een bosubal als functioneel gezien en een normale squat niet. Of de variant van een push-up op een omgekeerde bosubal. In beide gevallen moet je zoeken naar je balans en wordt er meer gevraagd van je coördinatie wat de oefeningen meer functioneel zouden moeten maken.

Het probleem hiermee is dat er geen verheldering is van wat een oefening functioneel maakt. Want wat maakt de bovenstaande oefeningen nou functioneel? Voor de één betekent het dat je oefeningen doet die het dagelijkse beweegpatroon ondersteunen. Maar goed, hoe vaak maak je het mee dat je over een onstabiele oppervlakte moet lopen? Als ze in Groningen weer naar olie aan het boren zijn misschien?

Voor de ander is functioneel trainen iets wat hem/haar helpt bij zijn/haar sport. Zo kan krachttraining worden gezien als een middel om een betere atleet te worden.Functional-meme

Functioneel trainen of trainen voor functie?

Begrijp me niet verkeerd, een bosubal kan zeker van pas komen. Bijvoorbeeld tijdens het herstellen van bepaalde blessures. Daarom is functioneel trainen beter te omschrijven als trainen voor een bepaalde functie. Dus wanneer je herstellende bent van een enkel blessure kunnen bepaalde oefeningen op een instabiele ondergrond functioneel zijn.

Er is alleen een probleem met het hele ‘instabiliteitstraining’ aka ‘functionele training’ verhaal. Dat wordt duidelijk wanneer we kijken naar het SAID (Specific Adaption to Imposed Demands) principe. Oftewel, de specifieke adaptatie aan de opgelegde eis. Van oefeningen doen op een instabiele ondergrond, wordt je beter in oefeningen doen op een instabiele ondergrond. De transfer naar bewegen op een stabiele ondergrond ontbreekt hierbij, dus schiet je er weinig mee op. Dat blijkt o.a. HIER.

download

Spiermassa voor functie

We gaan weer even terug naar degene die bang zijn om spiermassa op te bouwen, vaak met de reden dat 10+ kg extra spiermassa alleen maar onhandig is en in de weg zit. “Okee je bent breed, maar je hebt er niks aan” is een gezegde wat iedereen wel bekend in de oren klinkt. Hier gaan we even op door.

Functioneel trainen verwijst naar de mate waarin een bepaalde oefening de prestatie van de gegeven activiteit bevorderd. Oftewel, een oefening is functioneel als deze de prestatie verbetert van de gegeven taak.

Prestatie wordt uitgedrukt in ‘een bepaalde kracht kunnen uitoefenen op.’ De mogelijkheid om meer kracht te kunnen uitoefenen resulteert erin dat je hoger kan springen, harder kan slaan of makkelijker uit je luie stoel kan komen op je 85ste. Zo verwijzen die wankelende beentjes niet naar een minder mate van balans, maar naar een mindere mate van ‘kracht kunnen uitoefenen op.’

Het gene wat het geven van kracht bepaald is A: het vermogen van het zenuwstelsel waarin het de spieren kan controleren, en B: De hoeveelheid aanwezige spiermassa wat het zenuwstelsel aan kan sturen.

 

De hoeveelheid aanwezige spiermassa bepaald grotendeels de functionele capaciteit. Maak je een spier groter, dan zorgt deze ervoor dat er meer kracht kan worden uitgeoefend bij elke beweging waar de spier bij betrokken is.

Het zijn voornamelijk de 100 meter sprinters die blijken te snappen dat de hoeveelheid spiermassa grotendeels bepaalt hoe snel zij zijn.. male-sprinter

Take home

Train je voornamelijk voor functionaliteit dan is krachttraining een vereiste. De hoeveelheid spiermassa en de verhoudingen tussen vet en spier bepalen grotendeels hoe functioneel jij bent in het dagelijks leven of met jou sport.

Wanneer het op trainen aankomt kan je het beste kiezen voor  een handje vol oefeningen die het meest geschikt zijn voor de aangewezen spiergroep, over het algemeen zijn dat de ‘basic’s.’ Door een element van balans aan deze oefeningen toe te voegen belemmer je alleen maar de mogelijkheid om de spier optimaal te prikkelen en dus te laten groeien, niet zo functioneel dus;)..

Share: